Posts tonen met het label excursie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label excursie. Alle posts tonen

woensdag 21 december 2011

Salar de Uyuni

Met zout in mijn spijkerbroek, stof in mijn neus en nog steeds een lichte zweem van de knallende koppijn van de afgelopen dagen, nemen we afscheid van Jorge en Richard. Deze twee neven hebben ons, een groep van twaalf Europeanen, de afgelopen drie dagen kennis laten maken met al het moois dat de Boliviaanse hoogvlakten, oftewel de altiplanos, de wereld te bieden hebben.
Bij de Boliviaanse grens, drie dagen daarvoor, wordt onze groep verdeeld over twee jeeps. Joep krijgt, neemt en heeft het voorrecht om met zijn lange benen de hele weg voorin te zitten. De Duitse Andrea en ik nemen de achterbank en de eveneens Duitse jongens Max, Fidel en Percey zitten op de bank in het midden.
De jeeps stoppen regelmatig om ons van het natuurschoon te laten genieten. Andrea en ik klimmen dan van achter uit de jeep, als de Duitse drie niet vergeten de deuren open te laten en te helpen de bank neer te klappen. Richard voorziet het geheel van passend, kort, maar krachtig commentaar, zoals 'gekleurd meer', 'vulkaan', 'flamingo's' en 'woestijn'. Na voorzichtig doorvragen weet hij meestal iets meer te vertellen. Zo weet hij bijvoorbeeld dat het groene meer steeds groener wordt naarmate het harder gaat waaien. Het water komt dan in beweging en in samenspel met de mineralen zorgt dit voor een knalgroene kleur.
Hoewel hij me vertelde dat hij zijn Engels wil oefenen, reageert Richard niet op vragen in het Engels. Daarom is het voorin de jeep vrij stil. Aan het eind van de eerste dag vraag ik hem wat we morgen zullen gaan zien. In geuren en kleuren somt hij op: 'woestijn, meren, vulkanen en wat stenen'. Ook dat belooft een afwisselende dag te worden.
We hebben een prettige groep, het klikt goed en we helpen elkaar of laten elkaar juist met rust als iemand last heeft van de hoogte. De laatste dag gaan we met z'n vijven op de top van de berg achter ons zouthostel de zonsopgang bekijken. Om vijf uur staan we klaar om naar boven te klimmen. Dit is door de hoogte waarop we ons bevinden nog niet zo gemakkelijk en eenmaal op de top krijgen we nog even de tijd om uit te hijgen voordat de zon opkomt. Het deel van de zoutvlakte dat we kunnen zien kleurt mooi bij de aanraking van de eerste zonnestralen en ook de berg waar we op staan, met de typische kandelaarcactussen, krijgt een mysterieuze oranje kleur.
De rest van deze laatste dag staat in het teken van de Salar de Uyuni. De zoutvlakte die 12.000 km² bestrijkt. Onder deze laag zout van zes à zeven meter dik zit water. De jeeps rijden over dit gebied en Joep wil graag weten hoe Richard zich kan oriënteren op dit grote verblindende vlak. 'Ik ken dit gebied gewoon heel goed.' We hadden niet anders verwacht.
Voordat we in het stadje aankomen bezoeken we het zoutwingebied, waar het zout in bergjes opgestapeld wordt door de arbeiders. Van dit zout wordt keukenzout gemaakt voor gebruik in Bolivia. Richard denkt dat het overschot geëxporteerd wordt. Ik probeer hem deelgenoot te maken van ons zouttekort op de Europese wegen, maar de enige reactie is een onbegrijpend lachje.

vrijdag 9 december 2011

Woeste hoogten

Stoom, veel stoom. Dat komt, vertelt de gids, omdat we in een vochtig seizoen zitten. De luchtvochtigheid is dus hoog voor dit gebied, dat in een woestijn ligt. Daarbij ligt de temperatuur nu, net voor zonsopkomst, 7 graden Celcius onder het vriespunt, dus het verschil met de watertemperatuur is groot. En dat veroorzaakt stoom, veel stoom. Bijna alles is wit, alles is wit, echt alles is wit. Ik heb al snel in de gaten dat dit niet goed is en waarschuw de gids, zoals hij gevraagd heeft. Meteen waarschuwen, zodat we er snel bij zijn. Van de gids zie ik nu alleen nog de contouren van zijn zwarte krulhaar en de twee donkerblauwe, spiegelende brillenglazen. Hij vraagt me hoe vaak ik hem zie. 'Serieus, hoe vaak zie je mij?' 'Ik zie alleen je bril,' weet ik te antwoorden. 'Okee, dan help ik je even.' Hij begeleidt me naar een muurtje en trakteert op een heerlijke Nescafe met drie scheppen suiker. Precies mijn recept. Joep vraagt of het goed is als hij even verder gaat met fotograferen. 'Het licht is nu zo mooi.' Een paar minuten later kan ik de prachtige geisers weer zien. Borrelend water en stoom komen uit de kraters omhoog. Het is niet meer één witte waas. Het zonlicht is deze nog steeds zwak voor Noord-Chileense begrippen, maar ik voel wel al de warmte die alweer een hete dag aankondigt.
We zijn deze ochtend om vier uur vertrokken en en in twee uur van het stadje op 2400 meter naar het geiserveld op ruim 4000 meter gereden. Op die plotselinge verandering naar een dermate ijle lucht reageert niet ieder lichaam even goed. Een Vlaamse geeft me nog wat cocabladeren om te kauwen. Het heeft haar goed geholpen zei ze. Nadien had ze geen last meer. Dus ik stop er een paar in mijn mond. Het natuurlijke thermaalbad sla ik maar over. Joep springt er wel in, lekker warm, zo'n 35 graden, maar als het tijd is om eruit te komen ligt de luchttemperatuur nog steeds niet boven nul. Al cocabladeren kauwend sla ik dit tafereel gade en ik voel me steeds beter.
Morgen beginnen we onze driedaagse jeeptour door Bolivia, waarbij we op dag één naar ruim 5000 meter zullen stijgen en op die hoogte overnachten. De adviezen die ik kreeg zal ik ter harte nemen, waardoor ik de komende drie dagen op een dieet van water, chocolade en cocabladeren zal moeten leven. Het leven van een reiziger is zwaar.

woensdag 21 september 2011

De Iguazu Watervallen

Onze laatste stop in Brazilië maken we in het stadje Foz do Iguazu. Een stad die, net als het nabij gelegen Argentijnse plaatsje Puerto de Iguazu, overspoeld wordt door toeristen. De reden hiervoor is de inmense en talrijke watervallen van Iguazu. Op de eerste dag besluiten we zelf de busreis te ondernemen naar de Braziliaanse kant, die van een grotere afstand een uitzicht biedt op de watervallen.
De tweede dag gaan we op pad met een gids, Gil. Gil, gewapend met snor en paraplu, brengt ons eerst over de grens en zorgt hierbij voor de benodigde stempels in onze paspoorten om ons vervolgens bij de eerste attractie af te zetten: het drielandenpunt Argentinië, Brazilië, Paraguay, dat niet te vergelijken is met het Nederlandse equivalent in Vaals. Waar het je daar lukt binnen een paar seconden alle drie de landen aan te raken, worden hier de landsgrenzen aangegeven door twee brede rivieren. Het is een hele klus om ook maar binnen een dag de drie landen te betreden, te meer door de grensprocedures die gelden voor ons Europeanen. Het drielandenpunt bestaat hier daarom drie keer en biedt ons vanuit het ene land uitzicht op de twee anderen.
Na deze ervaring en de nodige kiekjes brengt Gil ons naar het Argentijnse watervallenpark. Dit park heeft meerdere routes, deels lopend, deels per treintje af te leggen. Volgens Gil moeten we eerst naar "La Garganta del Diablo", oftewel "Devil´s Throat", want deze sluit als eerste. Na een ritje met een treintje dat zo volgestouwd wordt dat het nog nauwelijks vooruit komt, lopen we als een hele grote familie eenden achter elkaar over een brug van ongeveer een kilometer lang. De stalen roosters steunen op zwaar beton in het steeds heviger stromende water. We grappen over onze moeders, die zeker niet gedurft hadden hier overheen te lopen. Stiekem vinden we het zelf ook spannend, helemaal als we stukken brug zien van een oude route, verwoest bij een overstroming in 1992. Bovendien is de huidige route pas vandaag weer opengesteld, nadat hij een week dicht is geweest vanwege hoog water. Terwijl ik in regelmatige tred doorstap en niet probeer te denken aan wat de mogelijke gevolgen zijn als ik in het water val, komen aan de andere kant ons oude mensen tegemoet, die duidelijk een stuk slechter ter been zijn en voor de tweede keer de brug trotseren. Argentijnse schoolklassen met om de drie leerlingen een thermoskan mate in de hand, zijn net als de oudjes alweer op hun weg terug. Ook zien we de nodige botoxhoofden en neptieten op witte gympen de brug overlopen, die het hier wel lukt van het natuurschoon met al haar verval te genieten.
Als we aankomen bij "Devil´s Throat" krijgen we van Gil twintig minuten om te watervallen te bekijken. De naamgeving van dit natuurverschijnsel omschrijft nog het beste hoe het eruit ziet. Van alle kanten stort het water zich hier meters naar beneden. Wij staan bovenaan en kunnen door de weer opspattende nevel het eind van de waterstroom niet zien. Na de beleving van dit geweld zet ik de doemscenario´s uit het hoofd en leg ik de rest van de routes af zonder angst.
De hoge route leidt ons over de bovenkant van de watervallen en de lage route leidt ons daar langs de stromen waar het water in volle kracht naar beneden komt. Het geluid is oorverdovend en Joep merkt op dat dit geweld er altijd zal zijn. Je kunt ze niet uitzetten. Het klinkt als een constante stroom van heftig geruis met daar onder iets dat lijkt op een constant voorbij razende vrachtwagen.
Terwijl Gil de andere mensen op de boot zet kunnen wij onze gang gaan. Terug bij de uitgang vergeven we Gil dat zijn inbreng voor ons het geld niet waard is geweest, want wat had hij met woorden nog toe kunnen voegen aan deze ervaring? Ook ik kan de kracht van dit natuurverschijnsel maar moeilijk omschrijven en zelfs Joep´s prachtige foto´s dekken de lading niet.
Op de terugweg leidt Gil ons weer vlekkeloos langs de douane en zorgt voor de "salida" stempels in onze paspoorten.