Posts tonen met het label Rio de Janeiro. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rio de Janeiro. Alle posts tonen

dinsdag 13 september 2011

Veiligheid

Bij het kenbaar maken van mijn plannen om naar Latijns-Amerika te gaan, werd er vaak gevraagd naar de veiligheid in het betreffende land. Het schijnt er toch vaak corrupt te zijn. Bovendien hoor je veel over (drugs)criminaliteit, berovingen, andere gevallen van toeristje pesten en verongelukte bussen. De mensen die waarschuwen hebben veelal zelf nog nooit voet op dit continent gezet. Daarom een korte uiteenzetting van mijn ervaringen tot nu toe op het gebied van veiligheid in Latijns-Amerika.
Zowel op Cuba als in Lima als in Rio de Janeiro worden we tot in den treure gewaarschuwd en ingelicht over de gevaren die op de loer liggen. Niet alleen de thuisblijvers, maar ook de reisgidsen en locals werkzaam in de toeristenbranche dragen hier een steentje aan bij. Daarom proberen we als brave toeristen niet te koop te lopen met onze westerse rijkdommen, geen waardevolle bezittingen mee te nemen naar het strand, niet ´s avonds laat met het plaatselijke openbaar vervoer te reizen en geen afgelegen doodlopende straatjes in te lopen. Zouden wij dit zonder alle waarschuwingen wel doen? Ik weet het niet. Het blijft een kwestie van het gezond verstand gebruiken. Toen laatst in Rio een groepje jongetjes (high en wel) ons naar de tijd vroeg hebben we onze schouders opgehaald. Had Joep zonder de kennis van de gevaren wel zijn iPhone uit zijn zak gehaald? En hadden ze deze dan uit zijn handen gegrist en overgegooid totdat het toestel uit ons zicht verdwenen was? We zullen het nooit weten. De enige ervaring die ik heb met straatcriminaliteit is een beroving in de Utrechtse lijnbus en de verhalen over gestolen fietsen aldaar kan ik inmiddels niet meer tellen.
Naar de grootte van de kans op het worden van slachtoffer van een beroving of overval blijft het gissen. We doen er alles aan om het te voorkomen, maar constant schichtig om ons heen kijken maakt de kans niet kleiner en de reis er niet leuker op. Natuurlijk vallen we op hier en zijn we daarom een gemakkelijkere prooi. Ik, grote Europese vrouw, loop met een man van bijna twee meter lang op bergschoenen door een Zuid-Amerikaanse stad. Echter hebben we ons tot nu toe nog niet bedreigd gevoeld. Op Cuba was het een sport de toeristen in de val te lokken, in Lima was het lastig ongestoord op een bankje te zitten, maar hier in Rio worden we met rust gelaten, of in het beste geval goed geholpen. Ik vind het al met al een prettige stad, een monster van een stad, maar een stad met charme.

Ook een grote rol voor het gevoel van veiligheid speelt het verkeer. Voor ons als perfect georganiseerde Nederlanders, die deze ordening tot in de puntjes hebben doorgevoerd in het verkeer, moeten even slikken bij de chaos op de Latijns-Amerikaanse wegen. Bovendien stel je hier, net als in Lima en waarschijnlijk net als in alle Latijns-Amerikaanse metropolen, niets voor als ongemotoriseerde verkeersdeelnemer. Daarna geldt, hoe groter en hoe harder, hoe machtiger. Een studiegenoot uit Argentinië vergeleek de organisatie van het verkeer eens met de voedselketen, waarbij in Latijns-Amerika de bussen en de vrachtwagens bovenaan staan en in Nederland deze plek gereserveerd is voor de fietser. Waar ik me blijf verbazen over de roekeloosheid van de groten, verbaasde hij zich over de agressie die klinkt uit het gerinkel van een fietsbel.
Het gevoel van verkeersveiligheid stelt zich bij naarmate de tijd vordert. Nu staan we nog hulpeloos bij elke kruising de oversteekplaats te zoeken en dan te wachten, eindeloos te wachten voor het rode licht, totdat iedereen ons voorbij gelopen of gerend is en het uiteindelijk groen wordt. Misschien dat we straks, net als de locals een hogere plek in de voedselketen afdwingen en we ons steeds zelfverzekerder door de Latijns-Amerikaanse steden weten te begeven. Een gevoel van veiligheid is deels af te dwingen en zelf te creëren, met wat oplettendheid en ervaring

Lagoa Rodrigo de Freitas

Een oase van rust waar omheen de drukte van het moderne leven raast. Ik stel me voor dat het midden op het meer bijna stil is en je alleen het soppen van het water hoort dat door het mechanisme van de zwaan-waterfiets gaat. Hoe verder je naar de oever gaat, hoe meer je weer onderdeel wordt van de drukke stad. Dit zoutwatermeer is omringd door een loop-/fietsroute van acht kilometer. Hier lopen of fietsen de welgestelde Cariocas (inwoners van Rio) hun rondje, drinken ze melk uit een gekoelde kokosnoot om vervolgens terug te keren naar hun luxe, omheinde appartement. Hier omheen raast het verkeer door.
Het meer ligt in het zuiden van de stad. Het deel van de hogere klassen en het deel van de bekende stranden van Ipanema, surfstrand, en Copacabana, waar we op de boulevard met aan de ene kant een drukke weg en aan de andere kant het witte zand, een keur aan mensen tegenkomen. Toeristen en locals, flanerend, fietsend of hardlopend, in alle soorten en maten. Opvallend is dat er om de 200 meter een toestel staat waar je je spieren kunt rekken. De sfeer is ontspannen, ongedwongen en ook hier drinkt iedereen chopp of melk met een rietje uit een kokosnoot.
Dit deel van de stad lijkt voor de Cariocas heerlijk om te wonen en is voor de toeristen een heerlijke plek om te ontspannen en te feesten. Wij nemen na een fikse wandeling rond het meer en langs de stranden, de metro weer terug naar het noorden.

Santa Teresa

Via de Escaderia de Selarón, een trap die door een Chileense kunstenaar gedecoreerd is met meer dan 2000 tegels uit verschillende landen, bereiken we de boheemse buurt Santa Teresa. Deze buurt maakt, net als de buurt waar we overnachten en het centrum, deel uit van het noorden van Rio de Janeiro. Het deel van de middenklassen en lagere klassen. Het deel van meer armoede, maar ook het meer artistieke en levendige deel.
Toch liggen de steile straatjes er op dit uur van de dag stil bij. We wagen de klim door de buurt en worden getrakteerd op mooie uitzichten over de stad, een kijkje in een muziekschool, en een stevig potje voetbal met uitzinnige toeschouwers.

dinsdag 6 september 2011

Welkom in Zuid-Amerika

´Normaal rijd ik er dertig minuten over, nu twee kilometer in anderhalf uur. Twee kilometer in anderhalf uur... Ik sta stil op het viaduct. ... Ja, ja... Twee kilometer in anderhalf uur. Op de heenweg ook al... Op het viaduct... Ja, maar twee kilometer in anderhalf uur, zo doe ik er twee uur over en ik krijg hoe dan ook 75 reales, of ik er nu twee uur of dertig minuten over doe... Maar 75 reales, ruim twee uur... Ja, ja, goed.´ Klik.

Onze chauffeur van de pick-up service besluit over een stuk verdrijvingsvlak het stilstaande verkeer in te halen en bij het voorste deel van de file aan te sluiten. Velen volgen zijn voorbeeld. Tweebaanswegen worden zomaar vierbaanswegen en als het echt niet anders kan gaan we weer naar twee. De weg voor ons komt vrij en vol gas scheuren we van links naar rechts, via het midden toch weer naar links, eh rechts. De rozenkransen aan de spiegel bungelen in tegengestelde richting mee. ´Dubbel zoveel kans dat Deus me bijstaat´, moet hij gedacht hebben. Auto´s, bussen, taxi´s met groot licht, mistlicht, zonder licht en alles wat daar tussenin zit halen ons in en rijden we voorbij. Het meisje in de bijrijdersstoel, een jaar of achttien, dat in de file me wist te verblinden met het licht van de laptop op haar schoot, tegelijk haar smartphone bedienend, vraagt me waar we ook alweer afgezet willen worden. Ik haal het adres uit mijn tas en als ze het A4´tje aan haar vader doorgeeft vraagt hij op gedempte toon: ´Zijn het Amerikanen?´ ´Nee´, zegt zijn dochter, ´het zijn Nederlanders.´ ´Aah, Nederland, voetbal, Brazilie, aiaiai!´ We lachen allevier maar wat en komen uiteindelijk bij ons hostel aan. We bedanken elkaar en Joep betaalt. 75 Reales, geen geld voor dit twee uur durend warm welkom in Zuid-Amerika.